Jan Peter Balkenende

balkenende

Als onderdeel van onze inspanningen voor mobiliteitsgeluk in Rotterdam spraken we met Jan-Peter Balkenende, voormalig minister-president van Nederland en huidig voorzitter van de New Mobility foundation (NMF). De NMF is een initiatief van De Maatschappelijke Alliantie, RAI Vereniging en Noaber Foundation. Deze stichting ondersteunt projecten om ‘vervoersarmoede’ tegen te gaan – een fenomeen dat vooral negatieve gevolgen heeft voor kwetsbare burgers in onze samenleving, zoals ouderen, gehandicapten, personen met een laag inkomen en vluchtelingen. Zij kunnen daardoor in een sociaal isolement raken, niet langer naar school gaan, geen baan vinden of gezondheidszorg missen. De gemene deler van deze stichting en De Verkeersonderneming is dat we ons beide richten op duurzame verbetering van mobiliteit en vervoer. We willen dan ook graag verbeteringen met impact maken en onze rol pakken als facilitator. Precies daarom ontmoetten we Jan-Peter Balkenende, om met hem te spreken over onze visie op mobiliteitsgeluk.

Een van onze eerste vragen aan Jan-Peter was:
„Mobiliteitsgeluk is opgezet om de kwaliteit van leven van burgers te verbeteren door specifiek in te zetten op hun uitdagingen en kansen op het gebied van mobiliteit. Met welke partijen moeten we volgens jou om tafel om het idee écht te implementeren en om over te gaan tot actie?”

Zijn antwoord begon met uitleg: het is allereerst slim om van andere landen te leren en een relevant netwerk te ontwikkelen. Door deze ‘internationale dimensie’, zoals hij die noemt, aan te boren, raak je geïnspireerd door initiatieven in andere landen en leer je uiteindelijk ook van hun fouten. Jan-Peter: „Ik bezocht eens een bijeenkomst en daar werd gevraagd: ‘In welk land zou jij willen leven?’ De overgrote meerderheid gaf aan dat dit land moest beschikken over:
1.    een veilige omgeving;
2.    goed onderwijs;
3.    goede gezondheid.”

Volgens Jan-Peter is het dan ook mogelijk om het verschil te maken en om een samenleving te creëren die over deze drie kwaliteiten beschikt. Je moet daarvoor echter wel duidelijk begrijpen welke problemen en beïnvloedende factoren een rol spelen en welke relevante partijen moeten worden betrokken en van de situatie bewust worden gemaakt. Het is niet langer genoeg om alleen goede ideeën te hebben, want zonder connecties of bewustwording wordt het idee niet omgezet in actie en in de praktijk gebracht. „Ik adviseer kleine organisaties altijd om hun schaal te vergroten. Als je een goed idee hebt, moet je de relevante personen bij elkaar brengen en die kracht benutten, vooral als ze betrokken zijn op een maatschappelijk doel”, vertelt Jan-Peter. Hij voegt daar aan toe dat het Mobility-Happiness-initiatief veel baat zou hebben bij een goed netwerk. Een van de tactieken die Jan-Peter het meest hoort, is de samenwerking met universiteiten om projecten te realiseren. Hij is overtuigd van de waarde ervan, maar er is meer: „Deze onderwijsinstellingen moeten op hun beurt samenwerken met bedrijven om kennis en expertise te combineren. Als ze écht impact willen hebben, leidt deze samenwerking tot praktische stappen voor de implementatie. Universiteiten worden bijvoorbeeld meestal ingeschakeld om analyses te doen, maar we moeten die koppelen aan de expertise van professionals om een bepaald activiteitenniveau te behalen”, aldus Jan-Peter.

Stel dat een stad bepaalde faciliteiten aanbiedt die publiek toegankelijk zijn. „Wat als dat daadwerkelijk het geval is, maar de toegankelijkheid om van deze faciliteiten gebruik te maken ontbreekt?” Als personen deze locaties niet fysiek kunnen bereiken, lopen ze nog steeds het maatschappelijk aanbod mis. Wat als een goede school bijvoorbeeld niet toegankelijk is omdat je geen auto kunt betalen, het openbaar vervoer je niet brengt waar je zijn moet en fietsen gewoonweg te ver is? Hoe kun je personen er dan gebruik van laten maken? Het is een van de redenen waarom mobiliteit volgens ons onmisbaar is: daardoor hebben personen toegang tot onderwijs, werk, gezondheidszorg en zelfs hun sociale netwerk. Mobiliteit kan zelfs bijdragen aan toegang tot een maatschappij die zijn burgers bepaalde zaken biedt. Uiteindelijk kan mobiliteit bijdragen aan het geluk van mensen.

„Hoe kunnen we zorgen dat mobiliteit zo toegankelijk wordt?”

Jan-Peter antwoordde dat we mobiliteit kunnen realiseren door deze allereerst in breder perspectief te zien – en niet als een doel op zich. „Het gaat om de algehele impact”.
Hoewel hij geen enorme voetbalfan is, wordt hij toch enthousiast als hij hoort dat er een stadion wordt gebouwd. Hij legt het uit aan de hand van het volgende verhaal: „Het eerste doel om een stadion te bouwen, is natuurlijk om voetbalwedstrijden te organiseren op een prachtig veld, om genoeg gasten een veilig onderkomen te kunnen bieden, enzovoorts. De bouw heeft echter ook impact op het ontwikkelingsniveau van de maatschappij, want de activiteiten leveren nieuwe banen op en vormen een bron van bedrijfsontwikkeling voor nieuwe bedrijven, het stadion kan worden gebruikt als trainingslocatie, enzovoorts. Die benadering is voor een groot deel van toepassing op mobiliteit. Het gaat niet om mobiliteit op zichzelf, maar om het veel grotere beeld.” Hij voegt nog toe: „Er moeten dus veel dimensies worden begrepen. Het is bovendien belangrijk dat de inspanningen en strategieën meetbaar zijn, zodat de effectiviteit kan worden getest en bewezen.”

„Wat zou het betekenen als we mobility-happiness kunnen meten in Rotterdam?”

„Bij het olossen van problemen is het allereerst belangrijk dat je praktisch bent. Daarna moet je testen, testen, testen – en stoppen als iets niet werkt”, zegt Jan-Peter Balkenende. Hij legt uit dat concepten vandaag de dag veel kortere levenscycli hebben omdat we duurzamer moeten worden snel goede oplossingen moeten bedenken, zonder tijd te verspillen aan nutteloze oplossingen. Jan-Peter: „We moeten de ouderwetse manier van denken loslaten omdat een goed idee op zichzelf niet meer voldoende is.”

We delen die gedachtegang, want dat is een van de redenen waarom we de mobility-happiness index ontwikkelden. Deze mobility-happiness index is ontworpen om het effect van mobiliteit op het geluk van mensen te kwantificeren en biedt praktische inzichten in de context en het mobiliteitsgedrag van burgers. We gebruiken de resultaten van de index om rechtstreeks verschillende belanghebbenden te betrekken bij pilots en oplossingen die een verschil kunnen maken. Vervolgens kunnen we prototypen maken en onze inspanningen razendsnel meten om vast te stellen of ze resultaat opleveren.

„Welke andere factoren moeten in overweging worden genomen als er aan mobiliteitsprojecten wordt gewerkt?”

Een van de factoren die Jan-Peter noemt, is het maatschappelijk gedrag en de levensstijl van burgers:

„Om het geluk te vergroten door middel van mobiliteit moeten we begrijpen dat het mobiliteitsgedrag van mensen direct wordt beïnvloed door hun levensstijl. Denk aan duurzame mobiliteit. Een elektrische of hybride auto is bijvoorbeeld duur en het is moeilijk om dagelijks lange afstanden met deze auto's te rijden omdat ze vaak moeten worden opgeladen. Factoren zoals levensstijl en economische en financiële status bepalen dus de mobiliteitskeuzes.” We denken er even over na: levensstijl beïnvloedt de mobiliteitskeuzes, maar mobiliteitskeuzes beïnvloeden ook de kwaliteit van iemands levensstijl.

We bedanken Jan-Peter Balkenende voor deze rijke inzichten over mobility-happiness en delen graag verdere ontwikkelingen voor het verbeteren van de mobiliteit en het vervoer in Rotterdam – en mogelijk daarbuiten.

 

Terug naar het overzicht